
Tot aan de 2de wereldoorlog speelde het spoorwegverkeer een grote rol en verschafte het werk aan duizenden mensen. In de geest van de tijd werden er steeds meer lijnen uitgeschakeld.
Het verleggen van het goederentransport van het spoor naar de weg bracht grotendeels de uitschakeling van de eens zo belangrijke spoorinfrastructuur met zich mee.
Eupen, straks ook Herbesthal en in de nabijheid ook Welkenraedt en Aken of Verviers zijn vandaag de enige overgebleven stations voor personenvervoer van de regio.
Secundaire wegen worden meer en meer voor het algemene plezier van de vrijetijdsporter en de fitnessfanaten uitgebouwd tot fiets- en wandelwegen en worden ook door de gastronomiesector geapprecieerd.
Het noorden van Oost-België wordt ook nog door een belangrijke spoorweg in de richting van Duitsland doorsneden. Daarnaast is de bouw van de hogesnelheidsspoorweg Luik-Keulen volop aan de gang. Jammer genoeg zal er geen halte in deze streek zijn. De dichtste stations zijn Luik en Aken. Verdere ankerpunten hebben zich in de loop van de tijd als moderne voordelen van de vestigingsplaats gemanifesteerd: vijf luchthavens en Europa’s tweede grootste binnenhaven in Luik liggen in het onmiddellijke bereik.
